een klas met kleine kleuters

In een klas met kleine kleuters, babbelen ze door elkaar
Het is nog geen negen uren zo zeiden ze tot elkaar
Lies wat heb jij op je boterham, ik heb kaas en ik heb worst
En ik heb beschuit met muisjes, zo sprak de kleine Lies van Dorst
Bij de juf in ’t school gekomen zag ze Liesje peuz’lend staan
Zeg wat ben je weer aan ’t snoepen, wacht tot twaalf uur voortaan
Juf de ooievaar zal komen, ik heb beschuit met muisjes nou
Stien die zal me komen halen, als de ooievaar komen zou
Liesje lette niet op de lessen van de magere schooljuffrouw
Ze zat met kleine Hans te kletsen wat of de ooievaar brengen zou
Of een broertje of een zusje alles was haar evenwel
Angstig zat ze maar te luist’ren naar het klingelen van de bel
Lies neem je hoedje en mantel zo sprak de juf met traan in ’t oog
Stien staat buiten al te wachten, kleine Lies die sprong omhoog
Is ’t een broertje of een zusje, neen sprak toen de juf bedeesd
Maar hoe kan dat riep kleine Liesje, dan is de ooievaar nog niet geweest
Veertien dagen zijn verstreken, toen riep Lies weer dag juffrouw
’t Was voor ’t eerst dat ze naar school kwam, kleine Lies was in de rouw
Was de ooievaar maar weggebleven zo riep schreiend die kleine wee
Hij bracht geen broertje en ook geen zusje, maar hij nam mijn moesje mee